| WONEN NAAST GOD | REACTIES | BESTELLEN | LINKS |
Al vele, vele jaren stapt Georges elke middag tegen zes uur zijn bistrot binnen, geeft zijn makkers en de patron een hand en zegt steevast: “Nog maar eens een klein glaasje.” Dat is niet zijn eerste en zeker ook niet zijn laatste versnapering van die dag. Het is nog vroeg, nietwaar? Onlangs dreigde aan deze gewoonte een einde te komen. Georges posteerde zich na de begroeting aan de tap en deed er verder het zwijgen toe. Waarop de patron met “Nog maar eens een klein glaasje, Jojo?” het initiatief nam. Maar Georges schudde mismoedig van nee. “Het is afgelopen, jongens! Ik ben vanmorgen bij de dokter geweest en die heeft me heel nadrukkelijk gezegd dat ik geen rouge meer moet drinken. ‘Begrijp me goed, Jojo’, zei-die, ‘van nu af aan is het afgelopen met die kleine glaasjes van je.’ Vandaar geen kleine glaasjes meer. Dus geef me maar een groot glas.”
Plattelanders dragen hier altijd en overal een mes op zak. Dat is gemakkelijk aan tafel, in de tuin en in de werkplaats. Ik kan ze blij maken met een in een dump gekocht Nederlands legermes. Maar ze hebben daar wel steeds kritiek op. In hun ogen is het mes niet kompleet: het heeft geen kurkentrekker.
Het postkantoor wordt enigszins opgevrolijkt door een uitbundig bloeiend vlijtig liesje op een formica tafel in het midden van de overigens kale ruimte. De rode bloemen en frisgroene bladeren vormen een bol van zeker een halve meter. “Die is schitterend,” fleem ik tegen de achter het loket zittende cheffin. “Vind je haar mooi, Diecke? Als je wilt, mag je haar wel meenemen.”
|
"Dick, waar woon jij in Frankrijk?" "NAAST GOD." |
We zijn in de niet alleen lelijke, maar ook aftandse eend van buurman Jojo op weg naar een wijnboerderij. Bij het binnenrijden van een dorp mindert de eend onverwacht vaart en haalt nog net, pruttel-pruttel-de-pruttel, het kerkplein. Bij het uitstappen gaat Jojo spontaan en luidruchtig in negatief gebed. Ik verwacht dat hij een kijkje onder de motorkap gaat nemen, maar hij loopt richting bistrot en zegt: “Allez Diecke, we nemen eerst een glas.” Dat worden er dus twee, per persoon uiteraard. “Eens kijken wat-ie nu doet”, zegt Jojo, als we weer bij zijn eend zijn aangeland. Hij stapt in, draait de sleutel om en zonder enige vorm van protest slaat de motor aan. Na dertig meter slaat Jojo tevreden op het stuur en zegt: “Diecke, hij wist dat we dorst hadden.”
Jean-Claude bezorgt me een kar beste koeienmest, al half vergaan en met veel stro. Hoeveel gaat er in zo’n trekker-aanhanger? Acht kuub? Tien misschien? In elk geval erg veel om naar de tuin achter het huis te kruien. “Wat krijg je van me, Jean-Claude?”
Een snikhete middag aan het nog net niet overvolle Vendéese strand iets onder les Sables-d’Olonnes. Het weer en de plek maken dorstig. Gelukkig piepen aan de duinenrand felgekleurde terrasparasols boven een gemetselde muur van bruine baksteen uit. Ik ploeg me door het rulle zand, bestijg in heel gematigd tempo de stenen trap en word bij de terrasingang verrast met een op een wit bord geschilderde permanente mededeling. "Het terras is van 14.00 tot 17.00 uur gesloten". Ik ben niet de enige die dit vreemd, om niet te zeggen onbegrijpelijk stom, vind.
|